Magmatisch Gesteente
Intrusief
Stenen die zijn ontstaan door trage stolling van magma in de aardkorst. Onderscheidbaar door duidelijk zichtbare kristallen.
Kleurindex & Samenstelling (Felsisch naar Ultramafisch)
Intrusief
Trage afkoeling • Grote kristallen
Extrusief
Snelle afkoeling • Kleine kristallen
Extrusief
Stenen die zijn ontstaan door snelle stolling van lava aan de oppervlakte. Onderscheidbaar door kleine kristallen.
Kleurindex & Samenstelling (Felsisch naar Mafisch)
Obsidiaan
Steen ontstaan door extreem snelle afkoeling (afschrikking) van taaie lava. Onderscheidbaar door amorfe, glasachtige textuur en schelpvormige breuk.
Pyroklastisch (puim & scoria)
Stenen die zijn ontstaan door explosieve vulkaanuitbarstingen; gasbellen vormen talrijke holtes (vesikels) waardoor ze zeer weinig wegen.
Kleur & Samenstelling (Gasrijk & Lichtgewicht)
Pyroklastisch (blokken & bommen)
Grote fragmenten (>64 mm) uitgestoten tijdens explosies, diagnostisch onderscheiden op vorm: rond vs hoekig.
Vulkanische bom
Klodder vloeibaar magma die tijdens de vlucht door de lucht roteert en afkoelt tot een afgeronde aerodynamische vorm.
Vulkanisch blok
Brokstuk reeds gestold gesteente dat bij een explosie mechanisch werd versplinterd en weggeslingerd.
Pyroklastisch Lapilli
Vulkanische klasten van 2 tot 64 mm (“steentjes”). Vaak ingebed in vulkanische as.
Pyroklastisch (as & tuf)
Fijnkorrelig vulkanisch materiaal (<2 mm). Vulkanische as is los poederig zand. Tufsteen (astuf) is geconsolideerde, samengeperste as die overgangsvormen naar sedimentair vertoont.
Complete CatalogusMagmatisch
Sedimentair Gesteente
Detritisch (psefieten)
Grofkorrelige sedimenten (>2 mm). Onderscheidbaar door transportafstand en mate van afronding.
Breccie
Kort transport: dicht bij de bron afgezet (puinhelling, breukzone); fragmenten behouden scherpe hoeken.
Conglomeraat
Langdurig transport: door rivierstroming of branding langdurig over de bodem gerold en afgerond tot gladde keien.
Detritisch (zandsteen)
Middelkorrelige sedimenten (0.063 - 2 mm) ontstaan door zandafzetting. Onderscheidbaar door voelbare korrelgrootte (voelt als schuurpapier).
Chemisch
Ontstaan door chemische precipitatie (neerslag) of evaporatie (indamping van water).
Organisch (Biogeen)
Gesteenten ontstaan uit de accumulatie en inkoling van organische plantenresten onder zuurstofarme condities. Herkenbaar aan diepzwarte koolstofkleur.
Detritisch (pelieten)
Zeer fijnkorrelige kleisedimenten (<0.002 mm). Onderscheidbaar door de aanwezigheid van drukgelaagdheid.
Kleisteen
Verharde klei zonder duidelijke splijtvlakken; breekt massief en onregelmatig af.
Schalie (Schiefer)
Onder gerichte lithostatische druk samengeperst tot dunne parallelle splijtbladen die makkelijk afbrokkelen.
Complete CatalogusSedimentair
Metamorf Gesteente
Regionaal
Ontstaan vanuit sedimentaire gesteenten door een progressieve toename van druk en temperatuur tijdens gebergtevorming (orogenese).
Metamorfosegraad (Toenemende Druk & Temperatuur)
Sedimentair tot Metamorf Proces
1. Klei tot Kleisteen
Klei is een zeer fijnkorrelig sediment. Kleisteen ontstaat wanneer deze kleilagen verharden door compressie. (Sedimentair).
2. Kleisteen tot Schalie
Schalie is kleisteen dat verder is samengeperst en een duidelijke gelaagdheid vertoont. Het is relatief zacht en brokkelt makkelijk af. (Sedimentair).
3. Schalie tot Leisteen
Bij toename van druk en warmte ontstaat Leisteen. De kleimineralen verharden volledig tot strakke parallelle lagen. Leisteen is aanzienlijk harder en breekt moeilijker af dan schalie. (Metamorf).
4. Leisteen tot Fylliet
Waar leisteen nog strakke, evenwijdige lagen heeft, vertoont Fylliet door intensere metamorfose licht verbuigde of golvende lagen en krijgt het een zijdeachtige glans. (Metamorf).
5. Fylliet tot Schist
Schist vertoont een sterke foliatie (schistositeit) met duidelijk zichtbare micakristallen (glimmers) met het blote oog. Het gesteente is vaak schilferig. (Metamorf).
6. Schist tot Gneis
De ultieme fase van regionale metamorfose. Onder extreme druk scheiden mineralen zich in lichte en donkere banden. Gneis is veel harder dan schist. (Metamorf).
Overige Metamorfe Gesteenten
Contact (Hoornsteen)
Ontstaat door directe verhitting in contact met heet magma. Hoornsteen is herkenbaar aan een zeer fijne, glasachtige structuur en is extreem hard.
Marmer
Ontstaat door metamorfose van kalksteen onder druk en warmte. Onderscheidbaar door een suikerkristal-textuur. Net als kalksteen reageert marmer hevig (bruist) met verdund zoutzuur (HCl).
Kwartsiet
Ontstaat door metamorfose van kwartsrijke zandsteen. Onderscheidbaar door een zeer massieve textuur zonder losse korrels (de korrels zijn volledig aaneengesmolten).